(placeholder)

DE GERECHTSDEURWAARDER

Een open kijk in de wereld van de gerechtsdeurwaarder

ZIE OOK



       

  TUCHTCOMMISSIE


    

Samenstelling der tuchtcommissie


Er is een tuchtcommissie in het rechtsgebied van elk hof van beroep.

De zetel ervan is gevestigd op de plaats waar het hof van beroep zijn zetel heeft.


De commissie kan zitting houden in de hoofdplaats van elk gerechtelijk arrondissement in het bevoegde rechtsgebied.


De tuchtcommissie is bevoegd voor de behandeling van de klachten tegen gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders uit de arrondissementen van hun rechtsgebied.  


De tuchtcommissie te Brussel bestaat uit een Nederlandstalige en een Franstalige kamer.

Wanneer een klacht tegen een gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder uit het gerechtelijk arrondissement Brussel is ingediend, wordt de taal waarin de tuchtrechtelijke instantie zetelt, bepaald door de taalrol van de betrokken gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder.


Elke tuchtcommissie is samengesteld uit vier leden, waaronder een magistraat, die de commissie voorzit, twee gerechtsdeurwaarders en een extern lid met een voor de opdracht relevante beroepservaring.


De eerste voorzitter van het hof van beroep wijst jaarlijks een magistraat in functie aan uit de zittende magistraten van de hoven en rechtbanken en deelt deze aanwijzing onverwijld mee aan de minister van Justitie.

De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders kiest voor elke tuchtcommissie een pool van minstens tien gerechtsdeurwaarders voor een termijn van vier jaar. Deze gerechtsdeurwaarders zijn herkiesbaar en komen uit ten minste drie verschillende arrondissementen. De Nationale Kamer zendt de lijst met deze pools binnen vijftien dagen over aan de minister van Justitie.

De Koning stelt per tuchtcommissie een pool vast van minstens drie externe leden en bepaalt de nadere regels voor deze aanwijzing en de voorwaarden waaraan deze leden dienen te voldoen.

  De minister van Justitie maakt de pool van de verkozen gerechtsdeurwaarders en de externe leden bekend in het Belgisch Staatsblad.


Voor elke tuchtzaak stelt de voorzitter van de tuchtcommissie de commissie samen uit de pool van verkozen gerechtsdeurwaarders en de pool van de externe leden. Verder wijst hij uit de pool van gerechtsdeurwaarders een niet-wraakbare secretaris-griffier aan die niet deelneemt aan het debat en de beraadslaging.

Bij de samenstelling van de commissie ziet de voorzitter er op toe dat de aangewezen gerechtsdeurwaarders hun kantoor niet hebben in het gerechtelijk arrondissement waar het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd zijn kantoor heeft of de betrokken plaatsvervanging heeft verricht.


De Koning bepaalt het presentiegeld van de leden van de commissies.






TUCHTPROCEDURE VOOR DE TUCHTCOmmissie



- De secretaris van de tuchtcommissie roept het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd op om voor de commissie te verschijnen. In de oproeping maakt hij melding van het ten laste gelegde feit alsook van de plaats waar en de uren waarop dit lid kennis kan nemen van het dossier. Zij vermeldt eveneens de samenstelling van de tuchtcommissie. Van deze oproeping wordt gelijktijdig een kopie overgezonden aan de bevoegde procureur des Konings, aan de eventuele klager en aan de verslaggever van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.


Het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd kan zich laten bijstaan door een gerechtsdeurwaarder of een advocaat. Het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd en de procureur des Konings kunnen, uiterlijk vijftien dagen na de oproeping, vorderen dat getuigen door de tuchtcommissie opgeroepen worden op de zitting vastgesteld voor de debatten. Zij kunnen ook, binnen dezelfde termijn, stukken ter staving neerleggen.


De tuchtcommissie kan de leden van de kamer die bij de zaak betrokken zijn oproepen, alsook de belanghebbende derden die daartoe de wens hebben geuit, om te worden gehoord. Elk van hen kan worden bijgestaan door een gerechtsdeurwaarder of een advocaat.

De tuchtcommissie kan de verslaggever of een lid van de raad van het betrokken arrondissement horen. Ze kan ook ambtshalve de belanghebbende gerechtsdeurwaarders oproepen.

  


- Het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd kan om de in artikel 828 Ger.Wb. opgesomde redenen zijn recht van wraking uitoefenen tegen elk van de leden van de tuchtcommissie die over zijn zaak moeten beslissen.

  Hij richt hiertoe binnen acht dagen na de oproeping, op straffe van verval, aan de voorzitter van de betrokken tuchtcommissie een gedagtekend en ondertekend geschrift waarin hij de naam vermeldt van het lid of de leden die hij wil wraken, met opgave van de redenen van de wraking.

  De tuchtcommissie doet binnen vijftien dagen na ontvangst van het geschrift uitspraak over de gegrondheid van de wraking en het gevolg dat er eventueel aan moet worden gegeven. De gewraakte leden nemen geen deel aan dit debat noch aan de stemming. Zij worden vervangen door verkiesbare leden die door loting worden aangewezen.

  Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen vijftien dagen na de uitspraak door de secretaris per aangetekende zending aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd kennis gegeven. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.]1


- De zitting voor de debatten wordt door de tuchtcommissie vastgesteld binnen een termijn die niet minder mag bedragen dan vijftien dagen na de datum die is vastgesteld voor de verschijning voor deze commissie van het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd. Ingeval van wraking wordt deze termijn op dertig dagen gebracht.

  De tuchtcommissie behandelt de zaken in openbare zitting. De betrokkene kan de tuchtcommissie echter verzoeken om de zaak met gesloten deuren te behandelen. De tuchtcommissie gaat op dit verzoek in, tenzij zij van oordeel is dat het algemeen belang zich daartegen verzet. De tuchtcommissie mag eveneens met gesloten deuren zitting houden gedurende de gehele rechtspleging of een gedeelte ervan, in het belang van de goede zeden of van de openbare orde, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd of van derden dit vereisen of, in de mate die door de tuchtcommissie onder bepaalde omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van de goede rechtsbedeling zou schaden.

  De klager of zijn advocaat en de procureur des Konings worden op hun verzoek gehoord op de zitting.

  Het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd heeft het recht op die zitting, zelf of bij monde van de persoon die hem bijstaat, zijn middelen van verweer uiteen te zetten. De opgeroepen getuigen mogen zowel door het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd als door de tuchtcommissie ondervraagd worden.

- Wanneer de tuchtcommissie de mening is toegedaan dat er aanwijzingen zouden kunnen bestaan dat de gerechtsdeurwaarder of plaatsvervangende gerechtsdeurwaarder proceshandelingen of andere handelingen heeft verricht die nutteloze kosten veroorzaakt hebben, legt de secretaris van de tuchtcommissie het tuchtdossier neer ter griffie van de bevoegde beslagrechter. Deze laatste bepaalt de dag en het uur van het onderzoek, na het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd, de klager en de eventuele andere belanghebbenden, welke door de griffier werden opgeroepen, te hebben gehoord.

  


- De tuchtcommissie beslist bij geheime stemming, met volstrekte meerderheid. Ze kan de in artikel 533, § 2, bepaalde tuchtstraffen opleggen.

  De beslissing wordt binnen een maand na de sluiting van de debatten in openbare zitting uitgesproken.

  De beslissing wordt met redenen omkleed, in het daartoe bestemd register opgetekend en tijdens de zitting waarop zij werd uitgesproken, door de leden op de minuut getekend.

  Iedere beslissing maakt melding van de naam van de aanwezige leden.



-  Binnen vijftien dagen na de uitspraak wordt van de beslissing bij aangetekende zending kennis gegeven aan de klager, aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd en aan de bevoegde procureur des Konings.

   In de kennisgeving van de beslissing aan het lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd wordt melding gemaakt van de mogelijkheid tot beroep, bepaald in artikel 544, en van de termijn waarbinnen het beroep kan worden ingesteld.

   Een afschrift van de beslissing en van het dossier worden bezorgd aan de verslaggever van de Nationale Kamer die de zaak heeft verzonden naar de tuchtcommissie en aan de syndicus van de arrondissementskamer van het lid aan wie een feit wordt ten laste gelegd.

   De archieven van de tuchtcommissie worden bewaard op de Nationale Kamer.


- Binnen een maand na de kennisgeving ervan kan tegen de beslissing van de tuchtcommissie beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van het rechtsgebied waar de betrokkene zijn standplaats heeft. Dit beroep staat open voor de betrokkene, door de verslaggever van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en de procureur des Konings. Het heeft schorsende kracht.

  De rechtbank waarbij het beroep is ingesteld, doet in openbare zitting uitspraak in laatste aanleg.

  Zij kan alleen de in artikel 533, § 2 Ger.Wb. bedoelde straffen opleggen of het lid aan wie een feit ten laste werd gelegd vrijspreken.



-  De procureur des Konings of de tuchtcommissie kunnen een zaak bij de rechtbank van eerste aanleg aanhangig maken indien zij van oordeel zijn dat een klacht een hogere tuchtstraf verantwoordt, tenzij de tuchtcommissie voor dezelfde feiten reeds een tuchtstraf heeft uitgesproken.

  De zaak wordt bij de bevoegde rechtbank van eerste aanleg aanhangig gemaakt door dagvaarding van het lid tegen wie een feit ten laste werd gelegd, die wordt betekend op verzoek van de procureur des Konings of de door haar voorzitter vertegenwoordigde tuchtcommissie.

  De dagvaarding die betekend is op verzoek van de tuchtcommissie wordt aangezegd aan de bevoegde procureur des Konings. De dagvaarding om voor de rechtbank te verschijnen heeft tot gevolg dat de zaak aan de tuchtcommissie wordt onttrokken.

  De bevoegde rechtbank is die van het gerechtelijk arrondissement waar het gedagvaarde lid aan wie een feit ten laste wordt gelegd zijn standplaats heeft of zijn beroepswerkzaamheid uitoefent of het laatst heeft uitgeoefend.


-  De rechtbank kan de in artikel 533 Ger.Wb. bepaalde tuchtstraffen opleggen.

Tegen de beslissing van de rechtbank van eerste aanleg kan hoger beroep worden ingesteld bij het hof van beroep. Het hoger beroep heeft schorsende kracht, onverminderd de toepassing van artikel 548, § 4.

Indien de rechtbank een schorsing heeft uitgesproken, kan de betrokkene voor de duur van de schorsing, geen ambtshandelingen meer verrichten. Bij overtreding van deze bepaling is artikel 262 van het Strafwetboek van toepassing.

  Tijdens de duur van de schorsing kan hij geen vergaderingen van de kamers van gerechtsdeurwaarders bijwonen en is hij niet verkiesbaar tot lid van de raad van gerechtsdeurwaarders. Indien de betrokkene reeds tot een van de voormelde functies is verkozen, mag hij gedurende de duur van schorsing deze functie niet uitoefenen en moet er in zijn vervanging voor deze duur worden voorzien.

  De gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die is afgezet, moet de uitoefening van zijn beroep stopzetten, zulks op straffe van schadevergoeding en, in voorkomend geval, andere veroordelingen waarin de wet voorziet ten aanzien van openbare ambtenaren die ondanks hun afzetting hun ambt blijven uitoefenen.

  De bepalingen van het eerste tot het derde lid zijn van toepassing vanaf het ogenblik waarop de beslissing houdende uitspraak van de tuchtstraf definitief is geworden.



- De gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging of tuchtrechtelijke procedure wegens feiten die aanleiding kunnen geven tot een hogere tuchtstraf, kan een preventieve schorsing opgelegd worden overeenkomstig de in het tweede en derde lid bepaalde nadere regels.

  De betrokkene wordt zoals in kort geding voor de voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg gedagvaard, hetzij door de tuchtcommissie, die wordt vertegenwoordigd door haar voorzitter, hetzij door de procureur des Konings. In dit laatste geval wint de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg het advies in van de tuchtcommissie. Indien wordt gedagvaard op verzoek van de tuchtcommissie, wordt de dagvaarding aangezegd aan de bevoegde procureur des Konings.

  Indien er ernstige vermoedens bestaan ten aanzien van de gegrondheid van de ten laste gelegde feiten en er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in aanzienlijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het gerechtsdeurwaarderskorps, kan de voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg de betrokken gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder preventief schorsen voor hoogstens de duur van de procedure. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar op minuut.

  De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan aan elke gerechtsdeurwaarder, of kandidaat-gerechtsdeurwaarder, zelfs nog voor een tucht- of strafrechtelijke procedure tegen hem werd ingeleid, een gelijkaardige schorsing zoals bedoeld in § 1 opleggen, indien uit klachten blijkt dat er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in aanzienlijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het gerechtsdeurwaarderskorps. De vordering wordt ingesteld op de in § 1 bepaalde wijze. De maatregel kan slechts voor een duur van maximaal één maand worden opgelegd. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of hoger beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar op minuut.

De voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg kan op verzoek van de procureur des Konings, van de raad van de arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders of van de betrokkene, de maatregel op elk ogenblik opheffen.

De gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die preventief geschorst is, mag tijdens de duur van de maatregel zijn ambt niet uitoefenen.

  Artikel 262 van het Strafwetboek is van toepassing op de gerechtsdeurwaarder of kandidaat-gerechtsdeurwaarder die preventief is geschorst.]1


Het gedetailleerde overzicht van de tuchtprocedure vindt U terug in de artt. 533 tem. 548 Ger.Wb.


TUCHTCOMMISSIE