(placeholder)

DE GERECHTSDEURWAARDER

Een open kijk in de wereld van de gerechtsdeurwaarder

ZIE OOK

De stageverplichtingen worden wettelijk geregeld in art. 511 Ger.Wb.


Om de stage te kunnen aanvatten moet men voorafgaandelijk een diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten behalen.


De stage zelf bedraagt een periode van twee volle jaren zonder onderbreking in één of meerdere kantoren van een stagemeester.

Gelden niet als onderbreking, maar slechts als schorsing van de stage (en zijn derhalve toegestaan) :

- een jaarlijkse vakantie van maximum dertig kalenderdagen

- afwezigheden wegens ziekte die gestaafd worden door medische getuigschriften, welke in totaal maximum zes maanden van de stageperiode in beslag mogen nemen.

- ouderschapsverlof

- afwezigheden te wijten aan de door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders aanvaarde omstandigheden van overmacht.

DE STAGE

De stagemeester is een gerechtsdeurwaarder die reeds minstens vijf volle jaren het ambt uitoefent en die geen hogere tuchtstraf heeft opgelopen.


Indien men de stage wenst aan te vatten dient men zelf een stagemeester te zoeken of ingaan op een openstaande aanbieding van een gerechtsdeurwaarder tot stage.

Een eventueel stageverzoek kan rechtstreeks naar een gerechtsdeurwaarder van keuze worden gestuurd of naar de Arrondissementskamer der Gerechtsdeurwaarders van het gerechtelijk arrondissement naar keuze, welke op haar beurt instaat voor de verspreiding van het stageverzoek onder haar leden-gerechtsdeurwaarders.


Qua stagevergoeding zijn er geen wettelijke of bindende afspraken. Dit wordt bepaald in onderhandeling tussen de stagemeester en de stagiair.


De Koning bepaalt de inhoud van de stage en de wijze waarop deze wordt georganiseerd, evenals het aantal uren permanente vorming, relevant voor de uitoefening van het beroep van gerechtsdeurwaarder, dat gevolgd dient te worden.

De voorwaarden waaraan deze vorming dient te voldoen, worden bepaald door de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.


De duur en de inhoud van de doorlopende stage moet blijken uit het stageboekje dat wordt opgesteld door de stagemeester(s). Het stageboekje wordt in tweevoud opgemaakt. Op het einde van de stage wordt één exemplaar tegen ontvangstbewijs aan de stagiair afgegeven. Het tweede wordt aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders overgemaakt.


Na ontvangst van het stageboekje en controle van de overeenstemming ervan met de gestelde stagevoorwaarden, reikt de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders een stagecertificaat uit aan de stagiair.


Dit stagecertificaat heeft men nodig om de procedure tot benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder te kunnen aanvatten.