(placeholder)

DE GERECHTSDEURWAARDER

Een open kijk in de wereld van de gerechtsdeurwaarder

ZIE OOK

Het neerleggen van een klacht tegen een gerechtsdeurwaarder of een kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan op 2 manieren.


1) op het niveau van het gerechtelijk arrondissement

2) op nationaal niveau    


Indien op beide niveaus een zelfde klacht wordt neergelegd zal deze behandeld worden op nationaal niveau.


De klachtbehandeling kan ertoe leiden dat het klachtdossier wordt overgemaakt aan de Tuchtcommissie voor verdere behandeling.

NEERLEGGEN KLACHT

1. ARRONDISSEMENTEEL NIVEAU

1A. Algemeen


Er zijn 12 gerechtelijke arrondissementen in België. Elke gerechtsdeurwaarder valt onder de bevoegdheid van één der gerechtelijk arrondissementen.


Klik hier om na te gaan tot welke arrondissement een gerechtsdeurwaarder behoort


Per gerechtelijk arrondissement is een Arrondissementskamer van gerechtsdeurwaarders voorzien.


Op basis van art. 552 § 1, 4° heeft elk van deze Arrondissementskamers de bevoegdheid om klachten tegen gerechtsdeurwaarders of kandidaat-gerechtsdeurwaarders, behorend tot desbetreffend arrondissement, te onderzoeken.


De klacht zelf dient naar de desbetreffende Arrondissementskamer der gerechtsdeurwaarders te worden overgemaakt.


Klik hier voor de adressen van de desbetreffende Arrondissementskamers.




1B. Procedure op arrondissementeel niveau


- Na neerlegging van een klacht zal deze in eerste instantie behandeld worden door de verslaggever van de desbetreffende Arrondissementskamer. Deze verzamelt alle noodzakelijke inlichtingen in mbt. tot de klacht, dit ter voorbereiding van de behandeling door de Raad van de Arrondissementskamer.


In het kader van de klachtbehandeling is het mogelijk dat een hoorzitting wordt gehouden. Deze kan geschieden op eenvoudig verzoek van één van de partijen of op verzoek van de Raad van de Arrondissementskamer zelf, indien deze dit opportuun acht.

Hierbij wordt de (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder per aangetekende brief opgeroepen door de verslaggever om te verschijnen tijdens de vergadering van de Raad van de Arrondissementskamer of enkel om gehoord te worden door de verslaggever.


Indien geen oproeping tot hoorzitting gebeurt kan de (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder zich, indien gewenst, vrijwillig aanmelden voor de vergadering van de Raad van de Arrondissementskamer.


De (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder kan zich op de vergadering van de Raad van de Arrondissementskamer laten bijstaan door een raadsman.


- De Raad van de Arrondissementskamer kan de klacht regelen door minnelijke schikking tussen partijen of seponeren indien de klacht ongegrond blijkt te zijn.


Indien de Raad van mening is dat een klacht aanleiding kan geven tot een tuchtstraf dan wordt het complete klachtdossier overgemaakt naar de verslaggever van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders (zie punt 2. Nationaal niveau) welke voor verdere behandeling zal zorgen.


De betrokken partijen worden per brief op de hoogte gebracht van de beslissing van de Raad.

NATIONAAL NIVEAU

2A. Algemeen


Men kan ook rechtstreeks klacht neerleggen bij de Nationale Kamer der Gerechtsdeurwaarders.


De verslaggever van de Nationale Kamer is conform art. 535 Ger.Wb. bevoegd om deze klachten te behandelen, evenals de aangiftes van de Procureur des Konings en de klachtdossiers welke door de verslaggever van de Arrondissementsraden werden overgemaakt.


Ook het Directiecomité van de Nationale Kamer kan met meerderheid der stemmen ambtshalve een tuchtrechtelijk onderzoek laten openen.


De nationale verslaggever kan, indien de klacht niet voldoende duidelijk is of onvoldoende gestoffeerd is, verdere noodzakelijke informatie opvragen bij de klager.


2B. Procedure op nationaal niveau


- De (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder wordt door de nationale verslaggever binnen de maand na ontvangst van de klacht (of indien deze in eerste instantie niet duidelijk was, binnen de maand nadat een volledige en heldere klacht is geformuleerd) aangetekend hiervan op de hoogte gebracht.

  

Deze brief wordt door de verslaggever ondertekend en door de secretaris, die daarvan aantekening houdt, verzonden. Hierin wordt het feit omschreven dat de betrokkene wordt ten laste gelegd en wordt de betrokkene geïnformeerd over de plaats en het tijdstip waarop hij kennis kan nemen van het dossier.

De betrokkene (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder kan zijn opmerkingen schriftelijk of mondeling kenbaar maken en vragen om gehoord te worden.


Nadat het dossier gestoffeerd is met de klacht, de dienstige stukken, de opmerkingen van de betrokken (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder en of de nota’s ingevolge een hoorzitting, wordt het dossier geacht in staat te zijn.


Hierop kan de verslaggever besluiten een poging tot minnelijke schikking te ondernemen. Deze kan schriftelijk, telefonisch of door overleg in persoon ten kantore van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders. In dit geval dienen zowel de klager als de (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder aanwezig te zijn.


Indien een minnelijke schikking bekomen wordt, stelt de nationale verslaggever hiervan een verslag op welke aan beide partijen aangetekend wordt overgemaakt, alsmede aan het Directiecomité van de Nationale Kamer der Gerechtsdeurwaarder.


Indien geen minnelijke schikking wordt bekomen maakt de nationale verslaggever hiervan eveneens een verslag op welke wordt overgemaakt aan het Directiecomité van de Nationale Kamer der Gerechtsdeurwaarder. Hij kan hierbij voorstellen aan het Directiecomité om het dossier te seponeren of over te maken aan de bevoegde tuchtcommissie.


-Het Directiecomité neemt kennis van het verslag van de nationale verslaggever en beslist met volstrekte meerderheid der stemmen.


Indien het Directiecomité van oordeel is dat het feit aanleiding geeft tot een tuchtprocedure, dan wordt het dossier doorgestuurd naar de tuchtcommissie. Deze beslissing wordt schriftelijk medegedeeld aan de klager en de (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder.


Indien het directiecomité van oordeel is dat het feit geen aanleiding geeft tot een tuchtprocedure, wordt een met redenen omklede beslissing in die zin opgesteld. Het Directiecomité deelt zijn beslissing bij aangetekende zending aan de klager en de

(kandidaat-) gerechtsdeurwaarder.


Indien de klager het niet eens is met de beslissing tot seponering, kan hij binnen vijftien dagen na zending van de beslissing, de verslaggever bij aangetekende zending verzoeken om het dossier voor de behandeling van de klacht alsnog aan de tuchtcommissie voor te leggen.