(placeholder)

DE GERECHTSDEURWAARDER

Een open kijk in de wereld van de gerechtsdeurwaarder

ZIE OOK

K.B. VAN 30 NOVEMBER 1976

TOT VASTSTELLING VAN HET TARIEF VOOR AKTEN VAN GERECHTSDEURWAARDERS IN BURGERLIJKE

EN HANDELSZAKEN EN VAN HET TARIEF VAN SOMMIGE TOELAGEN

met artikelsgewijze commentaar

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

Art. 1-5

HOOFDSTUK II. - Gegradueerde rechten.

Art. 6-8

HOOFDSTUK III. - Evenredige rechten.

Art. 9-11

HOOFDSTUK IV. - Vacaties.

Art. 12

HOOFDSTUK V. - Vaste rechten.

Art. 13

HOOFDSTUK VI. - Kosten.

Art. 14-15

HOOFDSTUK VII. - Uitschotten.

Art. 16-17

HOOFDSTUK VIII. - Bijzondere bepalingen.

Art. 18

HOOFDSTUK IX. - Diverse bepalingen.

Art. 19-22



HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.


Art. 1


De ambtelijke verrichtingen van de gerechtsdeurwaarders zoals deze voorgeschreven zijn door de wettelijke bepalingen in burgerlijke en handelszaken worden al naar het geval vergoed :

1° met gegradueerde rechten,

2° met evenredige rechten,

3° per vacatie,

4° met vaste rechten.

Moeten deze verrichtingen uitgevoerd worden op verzoek van de partij op een zaterdag, een zondag of

op een wettelijke feestdag of nog buiten de wettelijke uren, dan worden rechten en vacaties verdubbeld.

Daarenboven hebben de gerechtsdeurwaarders recht op de terugbetaling van hun kosten en uitschotten

en op vergoeding voor verplaatsing.



De kostenstructuur van elke akte van een gerechtsdeurwaarder bestaat uit :

 

A. rechten : zijnde het ereloon van de gerechtsdeurwaarder en de vergoeding voor zijn verplaatsing.

B. uitschotten : de vergoeding voor zijn effectieve kosten (vb. eventuele registratierechten, griffierechten, pleidoozegels, ...)

 

 Het ereloon van de gerechtsdeurwaarder wordt onverdeeld in :

 

1) gegradueerde rechten   :  zie art. 6

2) evenredige rechten       :  zie art. 10 en 11

3) vacaties                        :  zie art. 12

4) vaste rechten                :  zie art. 13

 

Rechten en vacaties worden verdubbeld wanneer de prestatie  geleverd wordt op een zaterdag, zondag,

wettelijke feestdag of buiten de wettelijke uren.

 

De wettelijke uren lopen van 06u00' tot 21.00'.



Art. 2


Het is de gerechtsdeurwaarders verboden :

1° voor de in dit tarief bedoelde verrichtingen een hoger bedrag dan het erin bepaalde te vorderen voor rechten, vacaties, uitschotten, vergoeding voor reiskosten of andere kosten;

2° de gelden hun ten bate van een schuldeiser door een schuldenaar betaald, langer dan een maand te behouden.

Van deze regel mag enkel worden afgeweken wanneer vóór het verstrijken van voormelde termijn verzet of beslag onder derden is betekend;

3° hun rechten, kosten of uitschotten met anderen, tenzij ambtgenoten, te delen;

4° aan hun kliënten gedeeltelijke of volledige kwijtschelding te geven van hun rechten, kosten of uitschotten.





Art. 3


De gerechtsdeurwaarders zijn verplicht :

1° in hun boekhouding alle bedragen in te schrijven welke zij van partijen ontvangen of voor hen uitgeven;

2° aan partijen die dat verzoeken een gedetailleerde afrekening te geven van de verschuldigde bedragen.






Art. 4


De gerechtsdeurwaarders hebben het recht :

1° tot de volledige betaling van hun staat van kosten, rechten en uitschotten alle stukken van het dossier,

de door hen betekende akten en alle in hun bezit zijnde bescheiden onder zich te houden.

Van die stukken dient evenwel, zonder verplaatsing, in een rechtmatig, eventueel als dusdanig door de

Raad van de Arrondissementskamer erkend belang, mededeling te worden gedaan aan elke openbare of ministeriële ambtenaar, of aan elke advokaat, raadsman van een der partijen, die dit verzoekt.

2° de wettelijke interest aan te rekenen op het bedrag van hun staat van kosten, vanaf de dertigste dag na de verzending ervan bij ter post aangetekend schrijven;

3° de totale kosten van elke gedane verrichting, rechten, kosten, uitschotten of vergoeding voor reiskosten, naar boven tot op de (cent) af te ronden;

<KB 2000-07-20/56, art. 14, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

4° het nodige voorschot te eisen alvorens de gevraagde opdrachten te verrichten.






Art. 5


<KB 09-03-1983, art. 1> Met ingang van 1 januari 1984 worden de rechten bepaald bij de artikelen 6, 7, 12, § 3, 13, 15 en 17 alsook de minima- en maximarechten vastgesteld in de artikelen 8, 9, 10 en 11

op 1 januari van elk jaar gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

De in het vorige lid bedoelde bedragen worden op 1 januari van elk jaar vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller het rekenkundig gemiddelde is van de indexcijfers van de consumptieprijzen van de maanden augustus tot en met november van het voorafgaande jaar en de noemer 172.

(Voor de berekening van de rechten bedoeld in artikel 15, eerste lid, 4°, bedraagt de noemer 120 en zijn de indexcijfers die voor de berekening van de teller in aanmerking moeten worden genomen, verkregen op de grondslag van 100 in 1988.

Voor de berekening van de andere rechten bedoeld in artikel 1, bedraagt de noemer 172 en zijn de indexcijfers die voor de berekening van de teller in aanmerking moeten worden genomen, verkregen op de grondslag van 100 in 1974/1975.)

<KB 1998-12-08/40, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1999>

Bij de vaststelling van de teller worden de honderdsten beneden vijf verwaarloosd en de honderdsten gelijk aan of boven vijf afgerond op het hogere tiende.

(Bij de vaststelling van het bedrag der rechten worden de eurogedeelten afgerond tot op de cent naar boven of naar beneden naargelang de duizendsten de vijf bereiken of niet.

<KB 2000-07-20/56, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>






HOOFDSTUK II. - Gegradueerde rechten.


Art. 6.

 

§ 1. Tot vaststelling van de gegradueerde rechten worden de verrichtingen van de gerechtsdeurwaarders ingedeeld in tien klassen van A tot J.

Het bedrag wordt bepaald door het gevorderde bedrag of door het bij de verrichting beoogde doel, geschat overeenkomstig de regelen vastgesteld  bij de artikelen 557 tot 562 van het Gerechtelijk Wetboek en, zo er een  vonnis is uitgesproken, door het bedrag van de veroordeling.

Die klassen zijn :

Klasse A, beneden (125 EUR);

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse B, van (125 EUR) tot minder dan (370 EUR);

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse C, van (370 EUR) tot minder dan (620 EUR);

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse D, van (620 EUR) tot minder dan (1.860 EUR);

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse E, van (1.860 EUR) tot minder dan (3.720 EUR);

<KB2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse F, van (3.720 EUR) tot minder dan (12.400 EUR);

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse G, van (12.400 EUR) tot minder dan (37.200 EUR);

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse H, van (37.200 EUR) en meer;)

<KB 27-12-1977, art. 2>

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

Klasse I,

voor zaken met onbepaalde waarde die tot de bevoegdheid van de

vrederechter behoren;

Klasse J, voor alle andere zaken met onbepaalde waarde.

§ 2. Voor de handelingen geldt het volgende tarief (in belgische franken) :

Klassen :

A : 408 BEF;

B : 678 BEF;

C : 949 BEF;

D : 1.085 BEF;

E : 1.356 BEF;

F : 1.626 BEF;

G : 1.898 BEF;

H : 2.440 BEF;

I :  814 BEF;

J : 1.085 BEF;

<KB 09-03-1983, art. 2>

§ 3. In het recht zijn in voorkomend geval begrepen, de kosten van het oorspronkelijk stuk, van één afschrift, van de omslag, van de inschrijving in het register (...) en van toezending van het

oorspronkelijk stuk of van een afschrift aan de verzoeker of aan diens raadsman.

<KB 1985-06-10/33, art. 1, 002; Inwerkingtreding: 22-06-1985>

Voor ieder bijkomend afschrift wordt een vijfde van het recht toegekend.

§ 4. Voor het proces-verbaal van aanslag van de biljetten, met inbegrip van het op de plaats van de verkoop aangeslagen biljet, geldt het hierboven bepaalde tarief. Voor ieder bijkomend biljet is een vijfde van het recht verschuldigd.

§ 5. Aan de gerechtsdeurwaarder die een door een ambtgenoot te betekenen akte opmaakt, wordt één vierde van het gegradueerd recht toegekend en wanneer hij zorgt voor de geschriften of de

vertaling van stukken wordt hij vergoed voor de kosten en de uitschotten met betrekking daartoe, voor

zover hij de eensluidendheid van die vertalingen bevestigt.

De gerechtsdeurwaarder die een aldus opgemaakte akte ontvangt, dient van zijn rechten, kosten en uitschotten de bedragen af te trekken die krachtens het vorige lid aan zijn ambtgenoot toekomen.





§ 1. Het bedrag wordt bepaald door het gevorderde bedrag, zijnde de waarde van de vordering. (zie hieromtrent art. 557 tem. 562 Ger.Wb.)

 

Bij een dagvaarding dient het gevorderde bedrag te worden gelezen als zijnde het bedrag van de vordering verhoogd met de moratoire rente. Gerechtelijke intresten, gerechtskosten en dwangsommen worden hiervoor niet in rekening genomen.

 

Bij een akte van tenuitvoerlegging (vb. betekening-bevel) dient het bedrag van de veroordeling als basis te worden genomen, én niet het nog verschuldigde bedrag !

 

Bij een tenuitvoerlegging ivm. de inning van een dwangsom  zal het recht bepaald worden door de verschuldigde dwangsom, maw hier zal de verschuldigde dwangsom wel in aanmerking worden genomen ter bepaling van het bedrag.

 

Voor uitkering van onderhoudsgeld, altijddurende rente of lijfrente :

bij dagvaarding, verzet, hoger beroep of betekening (zonder bevel) van de uitvoerbare titel wordt het bedrag bepaald door het bedrag van de annuïteit of van de twaalf maandelijkse termijnen vermenigvuldigd met 10 (vb. onderhoudsgeld/maand x 12  x 10), tenzij er bv. in de uitvoerbare titel zelf een beperking van bedrag wordt opgelegd.

Bij tenuitvoerlegging (vanaf bevel) hierbij wordt het bedrag bepaald door het bedrag dat moet worden ingevorderd.

  

Alle zaken waarvan het gevorderde bedrag niet in waarde bepaalbaar is vallen onder het onbepaalde recht.

 

  

§3 spreekt enkel van "toezending van het oorspronkelijk stuk of van een afschrift aan de verzoeker of aan diens raadsman".

In het geval dat een gerechtsdeurwaarder klaargemaakte stukken ter betekening overmaakt naar een bevoegd confrater zal hij de werkelijke kosten hiervan (en geen forfait !) in rekening mogen brengen.



Art. 7.

 

Aan de gerechtsdeurwaarder wordt, benevens de frankeerkosten, een recht van (279) BEF toegekend voor iedere aanmaning per brief, waarbij met vervolging wordt gedreigd, in de zaken met een waarde

van minder dan (125 EUR);

dat recht bedraagt (330 BEF) voor de andere zaken;

hierin zijn begrepen de kosten van toezending van een afschrift van de brief aan de verzoeker, aan zijn raadsman of aan zijn gemachtigde. (Dit recht is ten laste van de schuldenaar.)

<KB 09-03-1983, art. 3> <<KB 27- 12-1977, art. 3>

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004;Inwerkingtreding : 01-01-2002>




Art. 8.

 

Wanneer een veroordeling of een schuld wordt vereffend in handen van een gerechtsdeurwaarder, komt aan die laatste een inningsrecht toe van 1 t.h. op de hoofdsom en de interesten, met uitsluiting van

de kosten.

Dit recht mag niet minder bedragen dan (223) BEF en mag per zaak (2.212) BEF niet te boven gaan.

<KB 09-03-1983, art. 4>

(In geval van vereffening bij voorschot wordt het inningsrecht vermeerderd met

(46 BEF) voor iedere betaling van minder dan (25 EUR);

(77 BEF) voor iederetaling van (25 EUR) tot minder dan (125 EUR);

(127 BEFvoor iedere betaling van (125 EUR) tot minder dan (250 EUR);

(223 BEF) voor iedere betaling van (250 EUR) tot minder dan (495 EUR)

(254 BEF) voor ieder bijkomend gedeelte van tienduizend frank,

zonder dat die vermeerdering 632 BEFper voorschot mag te boven gaan. Dit recht is ten laste van de schuldenaar.

<KB 27-12-1977, art. 4> <KB 09-03-1983, art. 4>

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; ED : 01-01-2002>




Wanneer het gaat om de invordering van louter de uitvoeringskosten mag er geen inningsrecht worden aangerekend.

 

Wanneer de tussenkomst van de gerechtsdeurwaarder wordt afgesloten zonder dat integrale betaling werd bekomen mag de gerechtsdeurwaarder dit inningsrecht ook aanrekenen. Het inningsrecht is immers eisbaar vanaf de eerste (gedeeltelijke)

betaling. Bij niet-integrale betaling zal het inningsrecht echter op evenredige basis met de ontvangen betaling(en) dienen te worden berekend én niet op basis van de totaliteit der verschuldigde bedragen (hoofdsom en intresten).



HOOFDSTUK III. - Evenredige rechten.


Art. 9.

 

Voor elke protestakte wordt een recht van 1 t.h. op het bedrag van de titel toegekend. Dit recht mag niet minder bedragen dan (223 BEF) en mag (1.106 BEF) niet te boven gaan.

<KB 09-03-1983,art. 5>





Art. 10.

 

<KB 27-12-1977, art. 5> Voor elke openbare verkoping wordt een evenredig recht toegekend, als volgt vastgesteld op het totaal bedrag van de toewijzing :

- 3 t.h. op de eerste (1.250 EUR);

  <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

- 2,5 t.h. op het gedeelte van (1.250 EUR) tot (2.500 EUR);

  <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

- 2 t.h. op het gedeelte van (2.500 EUR) tot (12.400 EUR);

  <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

- 1,5 t.h. op het gedeelte van (12.400 EUR) tot (18.600 EUR);

  <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

- 1 t.h. op het gedeelte van (18.600 EUR) tot (24.800 EUR);

  <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

- 0,50 t.h. op het overige.

De waarden van de gedeelten worden van 100 tot 100 BEF gevolgd zonder breuk.

Het recht mag niet minder dan (1.264 BEF) bedragen per dag prestatie. <KB 09-03-1983, art. 6>






Art. 11.

 

Aan de gerechtsdeurwaarder die overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek de evenredige verdeling van gelden verricht, wordt een evenredig recht toegekend.

Dat recht wordt als volgt vastgesteld op het totaal bedrag van de verdeling :

 - 2 t.h. op de eerste (1.250 EUR);

   <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

-  1,50 t.h. op het gedeelte van (1.250 EUR) tot (2.500 EUR);

   <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

-  1 t.h. op het gedeelte van (2.500 EUR) tot (12.400 EUR);

   <KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

-  0,50 t.h. op het overige.

§ 2. Aan ditzelfde artikel wordt een derde lid toegevoegd, luidende als volgt :

Dit recht mag niet minder bedragen dan (632 BEF)

<KB 27-12- 1977, art. 6> <KB 09-03-1983, art. 7>




HOOFDSTUK IV. VACATIES


Art. 12.

 

§ 1. Buiten het in hoofdstuk II bepaalde gegradueerde recht, wordt een vacatierecht toegekend :

1° voor elk proces-verbaal van beslag ook van beslag op onroerende goederen, van niet-bevinding, van

     vergelijking en van uitstalling;

2° voor het proces-verbaal van uitzetting van de huurder of van de gebruiker van een onroerend goed;

3° voor het proces-verbaal van boedelbeschrijving of van weghaling van meubelen;

4° voor een proces-verbaal van bevinding opgemaakt krachtens een beschikking of een verlof van een

     magistraat;

5° voor het proces-verbaal van tenuitvoerlegging inzake bewaring van kinderen.

6° voor elk exploot van betekening

    <KB 1985-06-10/33, art. 2,A, 002; Inwerkingtreding : 22-06-1985>

§ 2. De vacaties bedoeld in §1, 1° tot 5° omvatten de tijd voor het maken van de afschriften, voor de

vordering bedoeld in artikel 1504 van het Gerechtelijk Wetboek en voor een eventueel kort geding.

<KB 1985-06-10/33, art. 2, B, 002; Inwerkingtreding : 22-06-1985>

In de vacatie bedoeld in § 1, 6°, zijn in voorkomend geval begrepen :

alle verrichtingen, formaliteiten en welke tussenkomsten ook, die vereist zijn voor de uitgevoerde betekeningen zoals bedoeld in artikel 38 van het Gerechtelijk Wetboek, met inbegrip van het achterlaten van het afschrift aan de woonplaats of aan de verblijfplaats van de geadresseerde, de verzending van de aangetekende brieven, de afgifte aan de geadresseerde of zijn gevolmachtigde van een eensluidend

afschrift van het exploot en de bijlagen, alsook de vaststelling van de feitelijke omstandigheden bedoeld in artikel 38, § 2, van hetzelfde Wetboek, maar met uitsluiting van de frankeerkosten voor de per

aangetekende brief verzonden informatie.

<KB 1985-06-10/33, art. 2, C, 002; Inwerkingtreding : 22-06-1985>

§ 3. (De vacatie bedoeld in § 1, 1° tot 5°) bedraagt (380 BEF) per uur met een minimum van (760 BEF); dit minimum wordt tot (380 BEF) verminderd wanneer de waarde van het geschil minder dan (37 EUR)

EUR) bedraagt. Elk begonnen uur is geheel verschuldigd.

<KB 1985-06-10/33, art. 2, D, 002; Inwerkingtreding : 22-06-1985>

<KB 09-03-1983, art. 8> <<KB 27-12-1977, art. 7>>

<KB 2000-07-20/56, art. 16, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2002>

De akte vermeldt het uur waarop de verrichtingen beginnen en eindigen, en duur van de onderbrekingen : wanneer die formaliteit niet is vervuld, kan enkel het minimum worden aangerekend.

(De vacatie bedoeld in § 1, 6°, bedraagt 220 BEF)

<KB 1985-06-10/33, art. 2, E, 002; Inwerkingtreding : 22-06-1985>



De vacatie bedoeld in §1, 1° tot 5° wordt in de praktijk ook wel de grote vacatie genoemd en wordt berekend per uur, met een minimum van 2 uur (eventueel herleid wanneer de waarde van het geschil < 37 euro bedraagt.)

Elk begonnen uur is verschuldigd.

Indien de werkzaamheden langer duren dient zowel het begin als het einde van de

werkzaamheden in  de akte vermeld te worden.

 

De vacatie bedoeld in §1,6° wordt de kleine vacatie genoemd en kan enkel gerekend worden bij een exploot van betekening (dus niet bij PV van aanplakking, aangifte van schuldvordering, een PV van evenredige verdeling, ...)




HOOFDSTUK V. - Vaste rechten.


Art. 13.

 

Aan de gerechtsdeurwaarder wordt toegekend :

1° een recht van (137 BEF) : <KB 09-03-1983, art. 9>

a) voor de lichting van een uitgifte of een afschrift van een rechterlijke beslissing, van uittreksel uit de ter griffie neergelegde minuten of akten of van een op verzoekschrift gegeven beschikking;

dit recht is alleen verschuldigd wanneer op de lichting van een uitgifte geen betekening is gevolgd;

b) voor de opzoekingen en inlichtingen betreffende de identiteit, de woonplaats of de staat van de schuldenaar.

2° een recht van (204 BEF)  : <KB 09-03-1983, art. 9>

a) voor de verrichtingen betreffende het plaatsen in de nieuwsbladen van een uittreksel uit een exploot of van de aankondiging van een gerechtelijke verkoop of van een beslissing van het gerecht.

Dit recht is verschuldigd voor iedere plaatsing in verschillende nieuwsbladen;

b) voor de gezamenlijke verrichtingen betreffende de bekendmaking door middel van gedrukte aanplakbiljetten;

c) voor de aangifte gedaan vóór een openbare verkoping van roerende goederen en de afgifte van die aangifte in handen van de ontvanger der registratie;

d) voor de verzending of neerlegging van een bericht van beslag.

3° een recht van (273 BEF) : <KB 09-03-1983, art. 9>

a) voor de vordering van een uittreksel uit de kadastrale legger of uit een kadastraal plan;

b) voor de bemoeiingen bij het hypotheekkantoor met het oog op overschrijving, inschrijving of vermelding op de kant van een akte en voor de lichting van een hypothecair getuigschrift;

c) voor de inschrijving op de rol die door een gerechtsdeurwaarder wordt verricht ter griffie van een rechtbank die niet gelegen is in het arrondissement waar de betekening van de dagvaarding wordt gedaan

of waar de akte wordt opgemaakt;

d) voor alle kosten voor briefwisseling en papierbehoeften per zaak van uitvoering of evenredige verdeling;

e) voor elke raadpleging van het kaartregister van de inbeslagnemingen voor de verdeling van de opbrengst van een verkoop of van de inbeslagneming van geld;

f) voor de verzending van een bericht van bewarend beslag op onroerend goed overeenkomstig artikel 1432 van het Gerechtelijk Wetboek;

g) voor de neerlegging van een verzoekschrift;

h) voor het proces-verbaal van verklaring door een derdebeslagene;

i) voor een ingevolge een kantonnement opgemaakt procesverbaal;

j) voor het neerleggen van de gelden bij de deposito- en consignatiekas of voor de opvraging van die gelden;

k) voor de opzoekingen en inlichtingen met betrekking tot de aanduiding van de onroerende goederen of tot de beschrijving van de in beslag te nemen zeeschepen en binnenschepen;

l) voor de vernieuwing van een hypothecaire inschrijving of overschrijving;

m) voor het bewijs van betaling van een geprotesteerde wisselbrief of orderbriefje.

4° een recht van (544 BEF) : <KB 09-03-1983, art. 9>

a) voor de inontvangstneming van de borgtocht in geval van hoger bod na de verkoop van een zeeschip of een binnenschip;

b) voor het opstellen van een verzoekschrift.

5° een recht van (814 BEF) : <KB 09-03-1983, art. 9>

a) voor het opmaken van een bestek;

b) voor het ingevolge de verklaring van lastgever opgemaakt proces-verbaal van toewijzing van een zeeschip of een binnenschip.




HOOFDSTUK VI. - KOSTEN



Art. 14.

 

In de in artikel 1 bedoelde kosten zijn begrepen :

1° de afschriften en uittreksels van en uit de akten of de stukken die door de gerechtsdeurwaarder zijn opgemaakt en met de exploten zijn betekend;

2° de uitgiften, afschriften en uittreksels van de processenverbaal van verkoop.) <KB 27-12-1977, art. 9>

3° de vertalingen door de gerechtsdeurwaarder zowel van de akten als van de betekende stukken;

4° de verplaatsing.




Art. 15.

 

Aan de gerechtsdeurwaarder wordt toegekend :

1° voor de afschriften van de met het exploot afgegeven stukken en voor de afschriften van de wets- en verordeningsteksten die in het exploot dienen te worden opgenomen, met de hand geschreven, of gedactylografieerd : (127 BEF) per rol tekst van 600 lettergrepen, terwijl ieder gedeelte van een rol voor een volle rol gerekend wordt.

Voor fotokopies en gedrukte teksten mag evenwel slechts (64 BEF) per exemplaar gerekend worden;

<KB 09-03-1983, art. 10>

2° voor de uitgifte, afschrift of uittreksel van een proces-verbaal van verkoop : (127 BEF) per bladzijde;)

<KB 27-12-1977, art. 10><KB 09-03-1983, art. 10>

3° voor de vertaling van de akten en van de betekende stukken :

(254 BEF) per rol, met inbegrip van het afschrift van de vertaling; <KB 09-03-1983, art. 10>

[1 voor zijn reis: ieder origineel van een akte een vaste vergoeding van:

   - 7,04 euro indien de betekening geschiedt in één van de twaalf kantons van Antwerpen of in de kantons Boom, Brasschaat, Kapellen, Kontich, Schilde of Zandhoven;

   - 7,56 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Heist-op-den-Berg, Lier, Mechelen of Willebroek;

   - 9,22 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Arendonk, Geel, Herentals, Hoogstraten, Mol, Turnhout of Westerlo;

   - 6,20 euro indien de betekening geschiedt in één van de kantons van Anderlecht, in het kanton Asse, in één van de zes kantons van Brussel, in het kanton Elsene, in de kantons Etterbeek, Grimbergen, Halle, Herne-Sint-Pieters-Leeuw, Jette, Kraainem-Sint-Genesius-Rode, Lennik, Meise, Oudergem, Overijse-Zaventem, in één van de twee kantons Schaarbeek, in de kantons Sint-Gillis, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Sint-Pieters-Woluwe, Ukkel, Vilvoorde of Vorst;

   - 9,27 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Aarschot, Diest, Haacht, Landen-Zoutleeuw, in één van de drie kantons van Leuven of in het kanton Tienen;

   - 11,87 euro indien de betekening geschiedt in kantons Eigenbrakel, Geldenaken-Perwijs, Nijvel, Tubeke of in één van de twee kantons van Waver;

   - 9,17 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Beaumont-Chimay-Merbes-le-Château, Binche, in één van de vijf kantons van Charleroi, de kantons Châtelet, Fontaine-l'Evêque, Seneffe of Thuin;

   - 8,43 euro indien de betekening geschiedt in één van de twee kantons van Bergen, de kantons Boussu, Dour-Colfontaine, Edingen-Lens, La Louvière of Zinnik;

   - 11,06 euro indien de betekening geschiedt in Aat-Lessen, Moeskroen-Komen-Waasten, Péruwelz-Leuze-en-Hainaut of in één van de twee kantons van Doornik;

   - 9,79 euro indien de betekening geschiedt in één van de vier kantons van Brugge, in één van de twee kantons van Oostende, de kantons Tielt of Torhout;

   - 7,24 euro indien de betekening geschiedt in het eerste kanton Ieper, in het tweede kanton Ieper-Poperinge of in het kanton Wervik;

   - 7,11 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Harelbeke, Izegem, in één van de twee kantons van Kortrijk, in de kantons Menen, Roeselare of Waregem;

   - 6,64 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Diksmuide of Veurne-Nieuwpoort;

   - 8,30 euro indien de betekening geschiedt in één van de twee kantons Aalst, in de kantons Beveren, Dendermonde-Hamme, Lokeren, Ninove, in één van de twee kantons Sint-Niklaas of in het kanton Wetteren-Zele;

   - 8,38 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Deinze, Eeklo, in één van de vijf kantons Gent, de kantons Merelbeke, Zelzate of Zomergem;

   - 7,31 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Geraardsbergen-Brakel, Oudenaarde-Kruishoutem, Ronse of Zottegem-Herzele;

   - 10,41 euro indien de betekening geschiedt in het kanton Hamoir, in het eerste kanton Hoei of in het tweede kanton Hoei-Hannuit;

   - 7,02 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Borgworm, Fléron, Grâce-Hollogne, Herstal, in één van de vier kantons van Luik, in de kantons Saint-Nicolas, Seraing, Sprimont of Wezet;

   - 11,85 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Limburg-Aubel, Malmedy-Spa-Stavelot, in het eerste kanton Verviers-Herve of in het tweede kanton Verviers;

   - 11,85 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Eupen of Sankt-Vith;

   - 10,04 euro indien de betekening geschiedt in de kanton Beringen, in één van de twee kantons Hasselt, in de kantons Houthalen-Helchteren, Neerpelt-Lommel of Sint-Truiden;

   - 10,04 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Bilzen, Borgloon, Bree, Genk, Maaseik, Maasmechelen of Tongeren-Voeren;

   - 9,52 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Aarlen-Messancy of Virton-Florenville-Etalle;

   - 12,52 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Marche-en-Famenne-Durbuy en Vielsalm-La-Roche-en-Ardenne-Houffalize;

   - 12,74 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Bastenaken-Neufchâteau of Saint-Hubert-Bouillon-Paliseul;

   - 14,23 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Beauraing-Dinant-Gedinne, Ciney-Rochefort, Couvin-Philippeville of Florennes-Walcourt;

   - 8,97 euro indien de betekening geschiedt in de kantons Andenne, Fosses-la-Ville, Gembloux-Eghezée of in één van de twee kantons van Namen.".]1

  (De vergoeding voor reiskosten kan voor iedere origineel van een akte slechts eenmaal in rekening worden gebracht, zulks ongeacht het aantal uit te reiken kopieën en het aantal gemeenten of deelgemeenten waar die stukken moeten worden betekend. De vergoeding is ook verschuldigd voor betekeningen in de gemeente of deelgemeente waar het kantoor van de gerechtsdeurwaarder gevestigd is.

  De vergoeding voor reiskosten mag niet worden aangerekend voor de protesten die worden opgemaakt door de gerechtsdeurwaarders overeenkomstig de artikelen 2 en 5, § 1, van de protestwet van 3 juni 1997.) <KB 1998-12-08/40, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1999>

  ----------

  (1)<KB 2014-04-25/19, art. 1, 015; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  




Wanneer stukken dienen mee betekend te worden of teksten dienen te worden opgenomen in de akte mag hiervoor - wanneer deze met de hand geschreven of getypt zijn -  per tekst van 600 lettergrepen, een rolrecht worden aangerekend. Wanneer de tekst minder dan 600 lettergrepen telt mag hiervoor alsnog een volledige rol worden aangerekend.

 

Wanneer de stukken welke dienen te worden mee betekend gefotokopiëerd of gedrukt zijn, mag hiervoor slechts een verminderd rolrecht per bladzijde worden aangerekend.

 

Wanneer de wet niet voorziet dat een bepaalde wettekst wordt opgenomen in de akte en de gerechtsdeurwaarder doet dit toch, dan kan hiervoor geen rollen in rekening worden gebracht.





HOOFDSTUK VII. - UITSCHOTTEN



Art. 16.

 

In de artikel 1 bedoelde uitschotten zijn begrepen :

1° de door de gerechtsdeurwaarder gedane voorschotten om zich de uitgiften, uittreksels, beschikkingen, afschriften of stukken aan te schaffen welke hij nodig heeft voor de betekening van een akte;

2° de kosten met betrekking tot de weghaling van meubelen voor de verkoop ervan, om ze af te geven aan een persoon die in een titel is aangewezen of ingevolge een uitzetting;

3° de kosten van het afslaan en van de ontvangst van de prijzen van de toewijzing;

4° de huurprijs van de zaal voor de verkoop van meubelen;

5° de voor de betekening van de akten verplicht uitgegeven bedragen;

6° het drukken van de aanplakbiljetten, het loon der aanplakkers, de kosten voor het plaatsen in de nieuwsbladen.

De uitschotten van de gerechtsdeurwaarder worden hem terugbetaald op vertoon van de kwijtschriften of facturen van de transporteurs, arbeiders, afslagers, ontvangers, drukkers, aanplakkers, uitgevers of

op de vermelding onderaan op de akte.





Art. 17.

 

§ 1. Aan de getuigen die geroepen worden om de gerechtsdeurwaarder bij te staan in de gevallen waar hun tussenkomst bij de wet wordt gevorderd, wordt voor elke vacatie van één uur een bedrag van

(127 BEF) toegekend. De eerste vacatie wordt geheel gerekend;

de andere worden betaald per half uur, naar rata van de bestede tijd.

<KB 09-03-1983, art. 11>

§ 2. Eventuele reiskosten van getuigen worden aan de gerechtsdeurwaarder terugbetaald naar rata van de helft van het bedrag bepaald in artikel 15, eerste lid, 4°.

<KB 1998-12-08/40, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-1999>

§ 3. In de bij de wet voorgeschreven gevallen ontvangt een bewaarder (64 BEF) per dag. <KB 09-03-1983, art. 11>

§ 4. Er wordt (127 BEF) toegekend aan de politiecommissaris of aan zijn afgevaardigde om de gerechtsdeurwaarder bij te staan de opening van deuren of hem de sterke arm te lenen. In dezelfde omstandigheden wordt hetzelfde bedrag toegekend aan de burgemeester of aan de schepen die

dat verzoeken. <KB 09-03-1983, art. 11>



§ 4 :

 

Bij een vaststelling overspel is de aanwezigheid van politie verplicht. De wet voorziet hierbij dat de aanwezigheid van de officier of de agent van gerechtelijke politie kosteloos is. (art. 1016bis Ger.Wb.)

In dit geval mag er dus geen vergoeding conform §4 te worden uitbetaald.




HOOFDSTUK VIII. - Bijzondere bepalingen.



Art. 18.

 

In afwijking van de bepalingen van dit tarief, worden de kosten voor de procedure van tenuitvoerlegging die ten laste blijven van de Schatkist ingevolge onvermogen van de schuldenaar, verminderd als volgt :

1° inzake directe belastingen en gelijkgestelde taksen worden de gegradueerde rechten beperkt tot het in klasse E vastgesteld bedrag;

2° in de andere zaken tot de klasse D.





HOOFDSTUK IX. - Diverse bepalingen.



Art. 19. (Opgeheven)

<KB 1998-12-08/40, art. 4, 003;Inwerkingtreding : 01-01-1999>

 

Art. 20.

 

Het koninklijk besluit van 12 september 1969 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief  van sommige toelagen wordt opgeheven.

 

Art. 21.

 

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1977.

NOTA : Impliciet vervangen door de datum 01-01-1978 bij KB 27-12-1977, art. 13>

 

Art. 22.

 

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van

dit besluit.