(placeholder)

DE GERECHTSDEURWAARDER

Een open kijk in de wereld van de gerechtsdeurwaarder

ZIE OOK

Na het advies van de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders te hebben ingewonnen, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-gerechtsdeurwaarders vast per taalrol (Nederlandse- en Franstalige), en dit op basis van het aantal vrij gekomen plaatsen voor gerechtsdeurwaarders-titularis, het aantal laureaten van vroegere sessies welke nog niet benoemd zijn én de behoefte aan bijkomende kandidaat-gerechtsdeurwaarders.


Dit aantal wordt jaarlijks bekendgemaakt per Koninklijk Besluit in het Belgisch Staatsblad, samen met de oproep tot kandidaatstelling voor een benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder.


Hierop kunnen de houders van het stagecertificaat, binnen de termijn van één maand na de publicatie van het K.B. in het Belgisch Staatsblad, en dit op de wijze en bevattende de bijlagen zoals bepaald in desbetreffend K.B., hun kandidatuur indienen bij de Minister van Justitie.


Elke kandidatuur tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder dient te voldoen aan volgende voorwaarden :


1) men moet houder zijn van het diploma van doctor, licentiaat of master in de rechten

2) een uittreksel uit het Strafregister welke dateert van na de bekendmaking van de oproep

   tot kandidatuur dient te worden voorgelegd

3) men dient Belg te zijn en de burgerlijke en politieke rechten te genieten

4) tenslotte dient men houder te zijn van het stagecertificaat


Indien men aan deze 4 voorwaarden voldoet, wordt men ingedeeld in de Nederlandse of de Franse taalrol. Tot welke taalrol iemand behoort wordt bepaald door de taal van zijn diploma.

    I. Vastlegging aantal te benoemen kandidaat-gerechtsdeurwaarders en oproep tot kandidaatstelling toelatingsproef

DE KANDIDAAT-GERECHTSDEURWAARDER

    II. De benoemingscommissie : mondeling en schriftelijk examen

    III. In te winnen adviezen

    IV. De benoemingscommissie : rangschikking

    VI. Inschrijving op het tableau van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders

    V. Benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder door de Koning

Volgens zijn taalrol dient men vervolgens te verschijnen voor de Nederlandstalige of Franstalige benoemingscommissie.


Deze commissie dient de voor de uitoefening van het ambt van gerechtsdeurwaarder noodzakelijke kennis, maturiteit en praktische bekwaamheden van de potentiële kandidaat-gerechtsdeurwaarder te beoordelen.


Dit gebeurt door middel van een vergelijkend examen, bestaande uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte.

Het programma van het schriftelijk en het mondeling examen wordt opgesteld door de verenigde benoemingscommissie (bestaande uit de Nederlandstalige en Franstalige benoemingscommissie) en wordt bij ministerieel besluit door de Minister van Justitie goedgekeurd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.


In eerste instantie wordt een schriftelijk examen afgenomen. Hierop dient met minstens 60% van de punten te behalen. De deelnemers welke hieraan voldoen worden door de benoemingscommissie uitgenodigd voor het mondeling gedeelte van de toelatingsproef.

Deze oproep tot het mondeling examen dient te gebeuren binnen de 120 dagen na de publicatie in het Belgische Staatsblad van het K.B. waarbij tot vastlegging van het aantal te benoemen kandidaat-gerechtsdeurwaarders werd overgegaan.


Het mondeling gedeelte dient te worden afgenomen vooraleer de leden van de benoemingscommissie kennis kunnen nemen van de adviezen (zie punt III).

Op het mondeling gedeelte van het examen dient men minstens 50% van de punten te behalen.


Het schriftelijk en het mondeling gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van de vergelijkende examen.

     Terzelfdertijd met de uitnodiging voor het mondeling examen verzoekt de benoemingscommissie de Minister van Justitie om adviezen over de deelnemers in te winnen bij de Procureur des Konings van het arrondissement waar de deelnemer zijn woonplaats heeft. Deze adviezen zijn het resultaat van een onderzoek naar diens omgeving en antecedenten.


Het advies wordt binnen de vijfenveertig dagen na het verzoek door de advies verlenende instantie door middel van een door de Koning bepaald standaardformulier en op de door hem bepaalde wijze overgemaakt aan de Minister van Justitie. Bij gebrek aan advies binnen de vastgestelde termijn wordt dit advies geacht noch gunstig noch ongunstig te zijn, hetgeen wordt medegedeeld aan de betrokken deelnemer.

Binnen de zestig dagen na de oproep tot het mondeling gedeelte maakt de benoemingscommissie een voorlopige rangschikking op van de meest geschikte deelnemers, en dit op basis van de resultaten van het schriftelijk en mondeling gedeelte.


Deze voorlopige rangschikking wordt overgemaakt aan de Minister van Justitie, waarop deze op zijn beurt de opgevraagde adviezen overmaakt aan de benoemingscommissie.


Na het onderzoek van de adviezen, gaat de benoemingscommissie binnen de veertien dagen na de ontvangst der adviezen, over tot een definitieve rangschikking. De voorlopige rangschikking kan slechts gewijzigd worden indien het advies negatieve aanwijzingen over de betrokken deelnemer bevat.

De benoemingscommissie zendt op de door de Koning bepaalde wijze de definitieve rangschikking ter benoeming tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder over aan de Minister van Justitie, samen met een met redenen omkleed proces-verbaal dat ondertekend wordt door de voorzitter en de secretaris van de benoemingscommissie.


Er worden maximaal zoveel kandidaten gerangschikt als er vacante plaatsen van kandidaat-gerechtsdeurwaarder bij K.B. zijn bekendgemaakt. Dit houdt aldus in dat enkel de best gerangschikten tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder kunnen benoemd worden en dit afhankelijk van het door de Koning bepaalde aantal.

De Koning benoemt de betrokkenen tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder binnen de 40 dagen na overzending van de definitieve lijst. Dit K.B. bevattende de benoemingen wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.


Elke deelnemer kan, mits schriftelijk verzoek dat aan de benoemingscommissie wordt gericht binnen de acht dagen na publicatie van voormeld K.B., afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal - opgesteld door de benoemingscommissie -  dat op hem en de benoemde kandidaten betrekking heeft.

Binnen de veertien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de benoemde kandidaat-gerechtsdeurwaarders, stuurt de benoemingscommissie aan de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders de lijst met benoemde kandidaat-gerechtsdeurwaarders, en dit met het oog op hun inschrijving op het tableau van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders welke door de Nationale Kamer wordt bijgehouden.


De kandidaat-gerechtsdeurwaarders welke op desbetreffend tableau voorkomen, zijn onderworpen aan het gezag van de beroepsorganen van de gerechtsdeurwaarders.


Wanneer een kandidaat-gerechtsdeurwaarder sedert ten minste zes maanden zijn voornaamste beroepsactiviteit niet meer in een gerechtsdeurwaarderskantoor uitoefent, wordt zijn inschrijving op het voormelde tableau, op verzoek van de Procureur des Konings of van de Raad van de Arrondissementskamer waar de kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangesloten is, weggelaten.

De kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan evenwel om ernstige redenen vragen dat zijn inschrijving op het tableau wordt gehandhaafd. Hij wordt hiertoe gehoord door de Raad van desbetreffende Arrondissementskamer. De beslissing van de Raad wordt met redenen omkleed en wordt binnen een maand ter kennis gebracht aan de kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Deze laatste kan, binnen een termijn van één maand na de kennisgeving, tegen deze beslissing op de door de Koning bepaalde wijze beroep instellen bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Het Directiecomité van de Nationale Kamer hoort de kandidaat-gerechtsdeurwaarder en doet binnen de twee maanden na de instelling van het beroep uitspraak. Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen de kortst mogelijke tijd kennis gegeven aan de kandidaat-gerechtsdeurwaarder en de betrokken Raad van de Arrondissementskamer.


Elke kandidaat-gerechtsdeurwaarder welke zijn beroepsactiviteit in een gerechtsdeurwaarderskantoor beëindigt kan eveneens op vrijwillige basis de Raad van de Arrondissementskamer waarbij hij is aangesloten, verzoeken tot weglating op het tableau van de kandidaat-gerechtsdeurwaarders.


Een kandidaat-gerechtsdeurwaarder welke van het tableau werd weggelaten, zij het gedwongen of vrijwillig, kan op elk ogenblik aan de Raad van de Arrondissementskamer waar hij opnieuw zijn voornaamste beroepsactiviteit in een gerechtsdeurwaarderskantoor uitoefent, zijn wederinschrijving vragen.

De kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt gehoord. De beslissing van de Raad van de Arrondissementskamer wordt met redenen omkleed en wordt binnen één maand ter kennis gebracht van de kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Tegen de weigering van wederinschrijving kan beroep worden ingesteld bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders en dit op dezelfde wijze zoals hiervoor omschreven bij de gedwongen weglating.


Eenmaal benoemd als kandidaat-gerechtsdeurwaarder kan men voorzien in de plaatsvervanging van een gerechtsdeurwaarder.

Ieder jaar benoemt de Koning een vooraf bepaald aantal kandidaat-gerechtsdeurwaarders en dit bij Koninklijk Besluit. Dit Koninklijk Besluit is het eindresultaat van een procedure welke houders van het stagecertificaat, afgeleverd na een stageperiode, dienen te doorlopen.

De procedure tot benoeming als kandidaat-gerechtsdeurwaarder wordt geregeld in art. 510 e.v. Ger.Wb.