(placeholder)

DE GERECHTSDEURWAARDER

Een open kijk in de wereld van de gerechtsdeurwaarder

ZIE OOK

VERMELDING VAN HET TARIEF

TARIEF DER GERECHTSDEURWAARDERS

Het K.B. van 30 november 1976 (handelend over het tarief der gerechtsdeurwaarders in burgerlijke zaken) behandelt aldus de diverse kosten welke door de gerechtsdeurwaarder kunnen worden aangerekend in het kader van zijn tussenkomsten in burgerrechterlijke zaken.

Voor een overzicht dezer tarieven en artikelsgewijze commentaar : klik hier

Art. 519 Ger.Wb. bepaalt dat de Koning het tarief voor alle akten van de gerechtsdeurwaarders en van

   de vergoedingen voor zijn reiskosten bepaald.


   Deze bepaling van het tarief wordt wettelijk geregeld door de twee hierna vermelde K.B.'s, waarbij het de

  gerechtsdeurwaarder niet is toegestaan om hiervan af te wijken, zijnde :


  1) Het K.B. van 30 november 1976 (B.S., 8 februari 1977) betreft het tarief  voor akten van

      gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken (eveneens van toepassing in fiscale en

      sociale zaken) en het tarief van sommige toelagen.

        

       Voor een overzicht der tarieven 1999 - 2018 :  klik hier



  2) Het K.B. van 28 december 1950 (B.S., 30 december 1950) betreft het tarief voor akten in strafzaken,

      welke hier niet verder wordt behandeld.


        Onder akten in strafzaken dient te worden verstaan de akten welke de gerechtsdeurwaarder in het

        kader van een strafrechterlijke procedure (zijnde aldus een procedure welke wordt gevoerd voor bv. de

        Politierechtbank of de Correctionele Rechtbank) dient te betekenen. Deze opdrachten ontvangt hij

        voornamelijk via het Openbaar Ministerie en betreft bv. het betekenen van correctionele

        dagvaardingen/vonnissen (men denke hier bv. aan feiten als verkeersovertredingen (gordelplicht,

        snelheidsovertredingen, negeren van verkeerstekens,...), drugsdelicten, diefstal, openbare

        dronkenschap, ...

        In een uitzonderlijk geval betreft het opdrachten van particulieren om een derde-partij te betrekken in

        een lopende strafrechterlijke procedure (de rechtstreekse dagvaarding) 

Art. 523 Ger.Wb. :  "Buiten de vermelding van het bedrag van hun vergoeding die de

     gerechtsdeurwaarders onderaan op het origineel en op het afschrift van elke akte moeten aanbrengen,

     dienen ze op de kant van het origineel het aantal bladen van de afschriften der stukken te vermelden en

     alle posten van de kostennota voor de akte op te geven."

 

     Een gerechtsdeurwaarder moet aldus bij het opstellen van al zijn akten het bedrag van

     de rechten vermelden en het totaal van de kosten detailleren.

 

    Vred. Antwerpen (1° K.), 19 februari 1975, J.J.P., 1977, 116 :


   “Wanneer op het origineel van een akte het detail der kosten wordt vermeld en op de kopie slechts

   enkel het totaal, dus zonder weergave van enige detaillering, dan zal dit niet leiden tot nietigheid.

   Art. 523 Ger.Wb. voorziet immers dat enkel op het origineel de detaillering der kosten dient voor te komen.

   Bovendien is het zo dat geen enkele nietigheid kan worden ingeroepen indien ze niet is voorzien bij wet

  (wat in casu niet is voorzien).”

  De vermelding van de diverse kosten van een gerechtsdeurwaardersexploot, zoals oa. vermeld in het

  K.B. van 30 november 1976, gebeurt door middel van standaardafkortingen.

AFKORTINGEN